Meesterschap in weerbaarheid

Door: Remie Remmelts MA | Tags:, , , , ,

Waarden Deugden Principes Regels Integriteit
(Beginselen voor Morele weerbaarheid)

Weerbaar-zijn  hangt met veel zaken samen.
Dit artikel is een brede theoretische bezinning op het begrip en zijn achtergronden en relaties.
In gesprekken en trainingen kiezen we de insteek van het persoonlijk ontdekken van wat voor de ander relevant is.
Klassieke filosofische stromingen helpen je oriënteren.

Het maken van keuzes is een boeiende uitdaging waar iedereen op een verschillend niveau mee te maken heeft.
Het meest boeiend is natuurlijk voor iedereen zijn persoonlijke keuze.
Maar hoe past die persoonlijk keuze dan in je werkkring.
En hoe past die werkkring dan weer in de maatschappij.
Of gaat het andersom: van maatschappij – werkkring – persoonlijke keuze ?

Inhoud van het artikel:
—– Inleiding
—– Ethische aspecten van de organisatie , onderneming
—– Ethiek of moraal
—– —– Guldenregel
—– —– Oosterse ethiek
—– —– Utilitarisme
—– —– Plichtethiek
—– —– Deugdethiek
—– —– Rechtvaardigheid
—– —– Pragmatisme
—– —– Mensenrechten
—– Tot slot
—– Bibliografie

 

Inleiding

Meesterschap was het hart van het klassieke opvoedingsideaal; een voorwaarde voor geluk of ‘ het goede leven’ ( eudaimonia).
Persoonlijkheidsvorming stond gelijk aan het ontwikkelen van leiderschap.
Socrates ging er vanuit dat iedereen streeft naar geluk, naar floreren en tot je recht komen.
Een noodzakelijke voorwaarde daarvoor is meesterschap, excellentie, voortreffelijkheid, optimaal functioneren en weerbaar zijn.
Eén van de voorwaarden hiervoor is ethische juist handelen, deugden, het juiste midden.
In de ogen van Socrates was deugd ook een bepaald soort kennis, een inzicht in juist handelen met een helder begrip van wat essentieel is in een bepaalde situatie.
Het is een vorm van kennis die tevens te maken heeft met onze houding, met de manier waarop wij met onszelf en met anderen omgaan: vrij of verkrampt, grootmoedig of kleinzielig, dan wel weerbaar en ontspannen om zodoende optimaal te kunnen functioneren.
Ook in onze huidige individualistische, multiculturele, geseculariseerde samenleving, met zijn verschillende organisaties en instituten is een duidelijke behoefte aan deugd, normen en waarden die algemeen aanvaard en gerespecteerd worden.
Dergelijke waarden moeten richting geven aan ons handelen en kunnen worden toegepast, zowel in het private als in het publieke domein en in organisaties.
Maar welke universele principes en waarden zijn dit ?
Om hier inzicht in te krijgen staan we  kort stil bij een aantal belangrijke morele principes, beginselen, waarden die buiten gewoon, krachtig en ‘universeel’ zijn.
Waarden zijn overigens niet altijd met elkaar verenigbaar en plaatsen ons afhankelijk van de situatie voor allerlei dillema’s.  Het gaat dus om het maken van keuzes.
Hoe kunnen wij de fatale keuze vermijden tussen de Scylla van de plicht, die haar willekeurige leuzen laat horen, en de Charybdis van de berusting in de bestaande wereld, hetgeen kan uitlopen op impliciete goedkeuring van toestanden met vreselijke gevolgen.
Volgens de filosoof Isaiah Berlin is de sleutel tot een maatschappelijk harmonie en een moreel verantwoord bestaan te zoeken in gematigdheid, het gulden midden.

Ethische aspecten van de organisatie, onderneming.

Onze persoonlijke normen en waarden klinken ook door in organisaties en ondernemingen.
We kunnen stellen dat al enige tijd de aandacht voor de ethiek groeiende is. De kritiek die in het verleden op de ondernemingen is uitgeoefend speelt daarbij een belangrijke rol maar is nogal eenzijdig. In de onderneming zou het alleen maar gaan om het behalen van winst en in stand houden van inkomsten verschillen. De gezagsverhoudingen zouden verstikkend werken en werkomstandigheden zouden vooral gedicteerd worden door de eisen van de economie en de techniek. Ook zou de onderneming de grenzen van haar bevoegdheid  meer dan eens overschrijden en de maatschappij, het gezin, de stad en de landspolitiek eenzijdig beïnvloeden.
Deze kritiek op de onderneming heeft ertoe geleid dat meer aandacht wordt gevraagd voor, maatschappelijk verantwoord ondernemen. De dynamiek en complexiteit van het ondernemen, de krediet crisis en de mogelijk negatieve, veelal onverwachte gevolgen daarvan, scheppen onzekerheid. Algemeen leeft dan ook terecht de gedachte dat de blijvende gezondheid van een onderneming met ethische bezinning, integriteit en duidelijke waarden gediend is.

Managers en leidinggevenden komen voor vragen te staan als:
-Wat is eigenlijk het doel van mijn bedrijf?
-Hoe ga ik om met de markt als zijnde een systeem dat moreel blind is en waarin het enige dat telt zijn de regels die het instant houden?
-Wat zijn de belangen van de  ‘stockholders’ – ‘stakeholders’?
-Op welke manier organiseer ik het werk?
-Hoe communiceer ik met mijn medewerkers?
-Wat is een rechtvaardig arbeidscontract of beloning?
-Welke mate van security en veiligheid is noodzakelijk?
-Hoe ga ik om met de maatschappelijke omgeving?
-Welke waarden zijn belangrijk? Hoe zorg ik voor een integere organisatie?

Maar al te vaak bepalen technologische, bedrijfseconomische en juridische overwegingen de besluitvorming. Een onderneming maakt deel uit van de samenleving en dient dus rekening te houden met die samenleving en zich te realiseren of de doelen die ze nastreeft en realiseert positieve of negatieve consequenties hebben. In de praktijk van het handelen dienen met name sociale en morele aspecten nadrukkelijk aan de orde te komen zoals: basisovertuigingen, waardeoordelen en normen. Deze aspecten beïnvloeden bewust of onbewust de besluitvorming.
Waarden komen onder andere tot uitdrukking in de wijze waarop met macht en gezag wordt omgegaan, de arbeidsvoorwaarden, hoe medewerkers in de organisatie worden geselecteerd, met elkaar omgaan en hun werkzaamheden verrichten.
Wat kan, mag en moet is ten diepste ingebed in de organisatiecultuur en heeft betrekking op het gedrag van deelnemers in de organisatie, waarbij de nadruk valt op het gemeenschappelijke in dat gedrag.
De doelstellingen en financiële targets van een organisatie of onderneming zijn maat en richtinggevend doch voor het handelen dient de vraag te worden gesteld of de wijze waarop diensten worden verleend, transacties worden uitgevoerd, vanuit een ethisch perspectief gezien wel kunnen of mogen en/of maatschappelijk verantwoord wordt gehandeld.

Ethiek of Moraal

Ethiek of moraal brengt ordening aan in het complexe maatschappelijke verkeer.
Naast de gestolde ethiek van het rechtssysteem, traditie en conventies.
Ethiek gaat voornamelijk over gedragingen van mensen en niet over gebeurtenissen.
Moraliteit en ethiek gaan over hoe ik mijn leven zal leven, welke ‘soort’ leven het waard is om te leven, welke beloften ik zal inlossen.  Ethiek heeft betrekking op de menselijke ‘waardigheid’, ‘welwillendheid’ en ‘stijl’ in de samenleving of organisatie.
Moraal geeft een ‘referentiekader’, ‘horizon’, een bepaalde vorm van ‘oriëntatie’ en laat je weten wie je bent. Ethiek betreft de reflectie op moraal, normen, wetten en regels.
Het gaat bij moraal of ethiek niet alleen over extern opgelegde goddelijke geboden en verboden maar met name in de huidige (seculiere) samenleving ook om het gebruik van de menselijke rede.
Ethiek gebaseerd op de rede, in plaats van op religieuze verbods-bepalingen waarover geen discussie mogelijk is.
De morele wet is volgens de filosoof ‘Kant’ wat van binnenuit komt: ze wordt niet langer alleen bepaalt door welke externe orde dan ook. Maar ze wordt evenmin bepaald door de impuls van de natuur in mij, maar slecht door de aard van het redeneren, door de praktische rede, die eist dat we vanuit algemene principes handelen.
De rede, de wet van de natuur, leert volgens de filosoof Locke, de gehele mensheid, dat niemand een ander schade hoort toe te brengen ten aanzien van zijn leven, zijn vrijheid, zijn bezittingen.
Normen  vloeien voort uit waarden.
Het woord norm is afgeleid van het Latijnse woord ‘norma’ dat oorspronkelijk winkelhaak betekent. Het werktuig van een timmerman dat dient als richtsnoer en maatstaf. Een norm is dus iets waarmee men iets anders meet, oftewel een maatstaf.
De norm heeft een dubbele functie: zij dient vooraf als richtlijn en richtsnoer door aan te geven hoe iets gedaan moet worden, en achteraf als maatstaf om te beoordelen, of het geworden is zoals het behoorde te zijn.
Morele keuzes die mensen maken zijn gebaseerd op verschillende noties en principes. Voor sommige mensen is dit wel doordacht en rationeel; voor anderen is dit gebaseerd op religie; weer anderen handelen instinctief vanuit hun onderbewustzijn waarmee zij de wereld begrijpen en waarderen. Morele principes zijn overigens nooit waar. Waarheid gaat over hoe de wereld is; moraal gaat over hoe de wereld zou moeten zijn. Kan de klassieke ethiek of moraal hier iets betekenen? We gaan ter oriëntatie een aantal stromingen van de klassiek ethiek na.

Gulden Regel

De GULDEN REGEL kent meerdere vormen en is de leefregel die zegt: “Wat gij niet wilt dat u geschied zo doet het ook een ander niet”.  De Gulden Regel wordt in één of andere vorm aangetroffen in vrijwel elke godsdienst en cultuur en is het uitgangspunt van veel humanistische stromingen en levensfilosofieën. “ Wat gij haat doe dat een ander niet aan” (Rabbi Hilel).  In allerlei omstandigheden werkt dit wel als oriëntatie voor moreel handelen.  Het probleem is echter dat de referentie ligt bij een bepaald individu en zijn/haar wensen. Daar kan iets willekeurigs in besloten liggen. Dus de vraag blijft: waarop de wil,  gericht zou moeten zijn, wil er sprake zijn van moreel handelen. Dit is ook het belang van de tweede formulering van de categorische imperatief van Kant: behandel de ander en jezelf nooit louter als middel maar juist en vooral als doel.

Oosterse Ethiek

Boeddhisme wordt gekenmerkt door De ‘vier nobele waarheden’ die tot doel hebben het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid, oorzaak, het overkomen van lijden en ontevredenheid. Deze waarheden worden soms ook geformuleerd in termen van de aanwezigheid van geluk, haar oorzaak, de afwezigheid ervan en de oorzaak van deze afwezigheid. De vier nobele waarheden in haar klassieke definitie zijn:
Er is lijden en ontevredenheid in het leven.  Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens.  Er is een einde aan het lijden wanneer er een permanent einde komt aan het ontstaan van verlangens door het behalen van de bevrijding/verlichting. Er is een weg die hier naartoe leidt: Het “Achtvoudige pad”
Het ‘Achtvoudige pad’ bestaat uit: juist begrijpen, juiste intenties, juist spreken, juiste handelingen, juist levensonderhoud (beroep), juiste aandacht, juiste inspanning en juiste mentale absorptie.  Het achtvoudige pad wordt vaak ook kort omschreven als moraliteit of ethisch goed gedrag.
Confucianisme kenmerkt zich door:  ‘menselijkheid, gehoorzaamheid, rechtvaardigheid, fatsoen, trouw en wederkerigheid’. Het principe van wederkerigheid (Shu) kan misschien het best worden omschreven als een vorm van wederzijds respect. Het confucianisme ziet mensen minder als aparte individuen, maar eerder als personen die verwikkeld zijn in een complex web van relaties. Iedere relatie houdt wederzijdse verstandhouding en handelingen in waarbij elke persoon zijn rol goed moet vervullen.
Burgers dienen loyaal te zijn aan hun land en volk en moeten de wetten naleven, terwijl de overheden van hun kant de burgers veiligheid, economische stabiliteit en rechtvaardigheid moeten garanderen.  Volgens het confucianisme heeft een rechtvaardig persoon het recht om te rebelleren tegen onrechtvaardige heersers, omdat die op dat moment hun plichten niet nakomen en dus de onderlinge relatie niet wederkerig is.
Bij het Confucianisme is harmonie in de samenleving een uitgangspunt. Op zich is dit niet verkeerd, maar er is een risico van dingen toedekken, bijv. machtsmisbruik.

Utilitarisme “Doelethiek” / consequenties

Of een handeling juist of goed is, is afhankelijk van de consequenties, waarbij niet gelet wordt op de intrinsieke kenmerken als waarachtigheid en eerlijkheid.
Dus wat een handeling goed of fout maakt is totaal afhankelijk van het goed (nut) of het slechte dat ze produceert. De utilitarist stelt dat we altijd die handeling moeten kiezen die leidt tot de beste consequenties voor het grootste aantal dat valt onder de werkingssfeer.
Mill benadrukt dat alles draait om pijn en genot. We willen gelukkig zijn en vrij van pijn. Hij erkent dat ’bepaalde vormen van genot wenselijker en waardevoller zijn dan andere’.  Het maakt een verschil of we kijken naar TV spelprogramma’s of Plato lezen. Mill komt tot de slotsom dat ‘de aantrekkingskracht’ die van het hogere leven uitgaat, hoogstwaarschijnlijk ligt in ons besef van waardigheid, dat alle mensen in een of andere vorm eigen is.
Utilisme ofwel nut maximalisatie brengt risico’s met zich mee. Als nut alles beheersend is voor bijvoorbeeld ondernemingsactiviteiten of het bereiken van doelen, dan zal men zich minder zorgen maken over de manier waarop en de weg waarlangs het doel wordt bereikt.
Het utilitarisme is ook wel een ethiek die gebaseerd is op meten, samenvoegen en berekenen van geluk. Het weegt voorkeuren tegen elkaar af zonder hen inhoudelijk te beoordelen en beïnvloed sterk het economisch denken.
Utilitaristische logica wordt toegepast in analyses van kosten en baten. Overheidsinstanties en ondernemingen passen kosten – batenanalyses vaak toe om complexe besluitvorming een nauwgezet en rationeel karakter te geven. Ze vertalen alle voordelen en nadelen van een bepaald beleid in termen van geld en vergelijken de uitkomsten vervolgens met elkaar.
Utilitarisme: is een vorm van consequentialisme, letten op de gevolgen van het handelen. Volgens het utilitarisme is een handeling goed wanneer deze het grootste geluk voor het grootste aantal mensen realiseert. Dit veronderstelt een houdbaar idee van wat geluk is, een maat waarmee alles vergeleken kan worden. Ook vergt het bij vooraf bepalen van de morele kwaliteit van een handeling dat je precies weet wat de gevolgen zijn. Een probleem vormen dan bijv. de onvoorziene effecten.

Categorisch imperatief “Plichtethiek”

Aan alles wat we nastreven zitten wel negatieve kanten, en we weten helemaal niet hoe we een ideale wereld zouden kunnen realiseren. De gewetensvolle mens erkent dat hij geneigd is tot het kwade en zich daarom niet moet laten leiden door zijn natuurlijke aandrang, gevoelens en neigingen. Het enige onvoorwaardelijke is de goede wil.
Volgens Kant is het doel van de ethiek om een ultieme basis vast te stellen voor morele regels. Deze ultieme basis is de rede en niet intuïtie het bewustzijn of nut. Moraliteit zegt Kant, zorgt voor een rationeel raamwerk van principes en regels die ons leiden, het zijn verplichtingen voor iedereen, onafhankelijk van ieders persoonlijke doelen of belangen.
Hoe moeten we handelen? Kant ontwikkelde een absoluut beginsel het z.g. ‘categorische imperatief’. Moraal, zo stelt Kant, is een zaak van gebieden, plicht, behoren. In de ware moraal is de gebieden instantie de Rede. Het gaat er derhalve om ‘over zichzelf’ heer te zijn, dat betekent affecten en hartstochten beheersen.
De categorisch imperatief stelt: “Handel slechts naar zulke maximes waarvan je tegelijk kunt willen dat ze een algemene wet worden”. In deze formulering zitten drie elementen die volgens Kant het wezenlijke van de moraal uitmaken.
1.)  algemeen geldigheid; ‘dat zij een algemene wet worden’;  2.)  autonomie ‘de wil of de praktische rede die zichzelf tot wet is’;  3.)  contradictievrijheid: ‘waarvan je zelf kunt willen’; dus zonder met jezelf in tegenspraak te komen.
Een algemene schaduwzijde, waarmee we van doen hebben, die het handelen voortdurend doorkruist, onderbreekt en omringt is het gepraat in jezelf, nadenken, uitrekenen, oordelen en vragen: Wat is mijn maxime? Kan ik daarvan willen dat zij een algemene wet wordt.  Kant zegt dat je de algemene geldigheid van je maxime allereerst moeten kunnen denken en vervolgens ook moet kunnen willen en anderen moeten er ook toe in staat en bereid zijn.
De plichtethiek telt niet in de eerste plaats het resultaat van het handelen maar de gezindheid van waaruit het handelen plaats vindt. De eenzijdigheid daarvan is dat men niet aan de gevolgen denkt.
Plichtethiek: legt de nadruk op de goede wil, de intenties van het handelen, niet op de gevolgen. Bij Kant bijv. handel zo dat jouw maximen (wat je voor je zelf wenst als universele regel kan gelden).  Zie de mens niet louter als middel maar ook als doel. Probleem is dat dit alles nogal formeel is en steeds een contextuele invulling moet krijgen. M.a.w. de morele complexiteit van situaties blijft een lastig probleem.
Met de plichtethiek wordt in feite een onderneming opgezadeld met allerlei idealen, die uiteindelijk de structuur en continuïteit van de onderneming kunnen aantasten en dus het ondernemen gewoon onmogelijk maken.

Deugdethiek

Een goede boom brengt goede vruchten voort. Deze aan de Bijbel ontleende uitspraak  geeft kernachtig weer waar deugdethiek voor staat. Deugdethiek bekommert zich niet allereerst om handelingen en hun gevolgen (de vruchten) maar concentreert zich op de innerlijke houding van (de boom).
Deugden zijn de kwaliteiten die iemand in staat stellen goed te handelen. Ze kunnen beschouwd worden als onderliggende duurzame ( karakter) eigenschappen of disposities van een persoon waaruit goede handelingen voorkomen.
Maar wat is eigenlijk deugdethiek en wat maakt een boom een goede boom. Deugden worden aangeleerd in de opvoeding en gedurende de vorming van een persoon. Deugden zijn eigenlijk disposities of karaktertrekken, natuurlijke eigenschappen of gave. Kardinale deugden zijn: verstandigheid, moed, gematigdheid en rechtvaardigheid.  Daarnaast kennen we  de Theologische deugden: geloof, hoop en liefde.
Volgens Aristoteles gaat het om de juiste houding naar de samenleving je collega’s en zakenrelaties maar ook om het maken van ethische keuzes om bepaalde transacties wel of niet te doen.
De deugdethiek kan gezien worden als een brandpunt waarin plichtethiek en doelethiek samenkomen, waar zowel gelet wordt op de uitgangspunten,  als op de consequenties.
Deugdethiek: legt de nadruk op de handelende persoon en duurzame goede karaktereigenschappen (deugden); bijv. moed, dapperheid, matigheid, geloof, hoop, liefde. Een exclusieve nadruk op deugden is toch beperkt, de vraag blijft namelijk waar ze op zijn gericht, bijv. ten aanzien en met het oog waarop ben je moedig?; waar is de hoop op gericht?. Deugden vergen dus een gerichtheid op het goede dat met verwijzing naar deugden alleen niet bepaald kan worden.

Rechtvaardigheid

De Amerikaanse filosoof John Rawls komt tot een aantal rechtvaardigheidsbeginselen voor het samenleven leven. Samenleven en samenwerken brengt niet alleen materiele producten voort (inkomen en vermogen) maar ook fundamentele individuele rechten, vrijheden, verwervingskansen, bevoegdheden, prerogatieven van verantwoordelijke posities.
Al deze zaken worden als primaire sociale goederen beschouwd die iedereen de mogelijkheid biedt om zijn eigen levensplan na te streven of te herzien.
Billijke gelijkheid van verwervingskansen in gelijke mate voor iedereen. Mensen met het zelfde niveau van begaafdheden en met dezelfde gemotiveerdheid om deze te gebruiken moeten hetzelfde vooruitzicht hebben op succes ongeacht hun startpositie in de samenleving.
John Rawls veronderstelt in zijn theorie over rechtvaardigheid dat alle mensen, afgezien van hun persoonlijke levensbeschouwing en filosofische visies, een intuïtie hebben van rechtvaardigheid: we willen namelijk allemaal als gelijken worden behandeld. Ieder individu heeft twee morele vermogens: de capaciteit om redelijk te denken en te handelen en die om rationeel te denken en te handelen. Vanuit dit vertrekpunt bouwt Rawls een onpartijdige theorie van rechtvaardigheid op en komt met een hypothetische positie van gelijkheid waarin vrije en rationele personen kiezen voor bepaalde principes van rechtvaardigheid.
Deze hypothetische positie laat zich – volgens Rawls – zo voorstellen dat burgers, die moeten samenleven, geen kennis van hun werkelijk maatschappelijke positie hebben, dus dat ze moeten abstraheren. Ze hebben geen kennis van hun persoonlijke eigenschappen, levensdoelen, hun positie in de samenleving, geen kennis van hun geslacht, bezit, culturele achtergrond van hun geografische geboorteplek, rijkdom, talenten, aspiraties, gezondheid, huidskleur, intelligentie, geslacht. En ter voorkoming van zelfbevoordeling worden ze geacht achter een “sluier van onwetendheid” schuil te gaan.
Vanuit deze positie stel je de vraag: Aan welke eigenschappen zou een rechtvaardige wereld of samenleving moeten voldoen ten aanzien van; inkomen en rijkdom, rechten en plichten, macht en mogelijkheden, ambten en eerbetoon.  Rechtvaardigheid: gaat om sociale ethiek. Bij Rawls bijv., in eerste instantie gericht op de eigen (liberale) samenleving.. Cruciaal bij dit alles is een bepaald normatief maatschappij- en mensbeeld. Wie deze niet deelt zal er minder door aangesproken worden.

Pragmatisme

In het pragmatisme gaat men uit van processen. Dat betekent dat niet gedacht wordt dat de werkelijkheid uit statische dingen bestaat. De eenheid van waaruit gedacht wordt is beweging, activiteit of handelen. Op basis van het pragmatisme komt  de Amerikaanse filosoof Dewey tot een normatieve ethiek, die niet volgens vaste regels is bepaald, maar de nadruk legt op kritisch en objectief onderzoek. Op grond hiervan wordt omgegaan met de veranderende werkelijkheid.

Het pragmatisme beschouwt waarheid en moraal niet als doelen op zich, maar als een ‘instrument’. Wat waar is of goed is, is wat werkt. Er bestaat niet zoiets als een ideale samenleving waarin alles op een bepaalde manier hoort te verlopen. We moeten dan ook steeds nieuwe wegen vinden om onze problemen op te lossen.
Dewey stelt dat morele waarden niet absoluut zijn, maar hypothetisch en fungeren als oplossing voor de morele problemen. De vraag of iets nastrevenswaardig is moet volgens de Amerikaanse filosoof James niet langer beantwoord worden met een beroep op Gods wil of een Hogere Waarheid maar door simpelweg te kijken naar de praktische gevolgen van ons handelen.

  1.     Ware voorstellingen laten zich verifiëren.
  2.     De waarheid van een theorie of wet wordt bevestigd in de praktijk.
  3.     Opvattingen of stellingen blijken heilzaam te zijn op zedelijk of moreel gebied.

Mensenrechten

Mensenrechten: ongeveer 60 jaar geleden heeft het denken en handelen in termen van mensenrechten toenemende betekenis gekregen. Exclusieve nadruk op mensenrechten (welke zijn dit trouwens allemaal?) brengt het risico met zich mee dat bijv. milieu-ethiek niet goed van de grond kan komen. Het idee van rechten van de mens is ook verbonden met een bepaald mensbeeld, namelijk dat van de zelfstandige zichzelf door handelen en denken bepalende mens. Als er een beroep op wordt gedaan in een internationale context moeten we ook weten dat niet overal dit beeld van de mens gedeeld wordt.

Tot slot

Alleen de hoogste ‘universele’  menselijke waarden, de meest fundamentele menselijke normen en de hoogste menselijke kwaliteiten kunnen een universele morele basis vormen voor een menselijke samenleving.

Echter om universeel te kunnen zijn, dienen deze waarden alleen reële, en algemeen erkende waarden te zijn.

Confrontatie ontstaat doordat we terecht komen tussen onverenigbare waarden.

Er bestaat geen garantie dat universeel geldige waarden perfect met elkaar te verenigen zijn, zeker niet in alle situaties hetgeen ook de ‘Atlas of European Values’ laat zien.

Het waarden kompas dat ons richting geeft kan in sommige situaties meerdere richtingen aangeven waardoor complexe dilemma’s kunnen ontstaan omtrent wat juist en niet juist is.

Weten is in  dit geval steeds aan verandering onderhevig. Dat kan je onzeker maken. Van belang is dan dat je weet wat je doet en hoe het komt. Je staat dan aan de ene kant stevig in je schoenen met een eigen mening.. en aan de andere kant sta je tegelijkertijd open voor verandering en ontwikkeling.

© Remie Remmelts

Aanbevolen literatuur / bibliografie:

Beauchamp T. (1991)  “Philosophical Ethics”
Duintjer O. (1988) “ Hint voor een diagnose naar aanleiding van Kant”
Kessels J., Boers E., Mostert P. (2010) “Vrije ruimte”
Solomon R.S. (1992) “Ethics and Excellence”
De Vos H. (1977) “Inleiding tot de ethiek”
Lehning P.B. (2006) “Rawls”

Delen

Facebook Twitter Linkedin Email

Reageren

De reactiemogelijkheid is gesloten.